Achtergronden en toepassingsmogelijkheden van kaartboeken

Onderzoek naar de achtergronden van kaartboeken.
De analyse van het bronnenmateriaal zal zich ten eerste richten op een typologie van prekadastrale bronnen. Daarbij worden naast diverse soorten prekadastrale kaarten ook zuiver tekstuele bronnen onderscheiden. Een belangrijk aspect binnen het project is bronnenkritiek. Dit begint met inzicht in de vroegere functie van de kaart. Deze functie bepaalde voor een belangrijk deel de inhoud van de kaarten. Verschillende aspecten van nauwkeurigheid van de kaartinhoud staan hier centraal. Blakemore en Harley (1989) hebben een bruikbare theorie ontwikkeld over nauwkeurigheid van kaarten, waarbij drie soorten nauwkeurigheid onderscheiden worden. Een ander belangrijk aspect is de spreiding van de bronnen in de archieven. In dit kader moeten altijd drie vragen gesteld worden: ‘Wat is er geweest?’, ‘Wat is er bewaard?’ en ‘Wat is er bekend?’. De twee laatste vragen zijn voor een groot deel beantwoord in het vooronderzoek. Bovendien heeft Donkersloot-de Vrij (1981) de kaartboeken in de Rijksarchieven geÔnventariseerd. Tenslotte zal er in het onderzoek aandacht geschonken worden aan de locatie van de gekarteerde percelen in kaartboeken. Hieronder valt ook onderzoek in het buitenland. In BelgiŽ kunnen in dit kader de uitgebreide publicaties van de kaartboeken van de abdijen van Averbode (Van Ermen, 1997) en Park (Van der Haegen, 2000) genoemd worden.

                                  
Detail van de kaart van het Leprooshuis te Delft uit 1611 uit het kaartboek van deze instelling        Kaart van Tedingerbroek uit 1626 uit het kaartboek van het Leprooshuis te Delft
(Bron: Gemeentearchief Delft)                                                                                                                            (Bron: Gemeentearchief Delft)

Toepassingsmogelijkheden voor kaartboeken
Een grondige analyse van het bronnenmateriaal is noodzakelijk voor een onderzoek naar de toepassingsmogelijkheden van prekadastrale kaartboeken. Van Mingroot (1989) wijst op het gebruik van oude kaarten voor onderzoek naar de geschiedenis van de kartografie. Minnen (1986) noemt onderzoek naar  toponymie, nederzettingsgeschiedenis, landschapsreconstructie, perceelsstructuren, agrarische geschiedenis, sociale geschiedenis, juridusche geschiedenis, territoriale geschiedenis, parochie- en monastieke geschiedenis, genealogie, archeologie en architectuur. Voor al deze werkterreinen kunnen kaartboeken gegevens bieden die op geen enkele andere wijze te achterhalen zijn.  Zo bieden ze bijvoorbeeld vaak de oudste afbeelding van een nederzetting. Ook kunnen kaartboeken een rol spelen bij het behoud van cultuurlandschap. De roep om dit behoud kan worden onderstreept door de uitgave van de Nota Belvedere (1999) door vier ministeries, een oproep om cultuurhistorie een grotere rol te geven in de planvorming.

                                      
Afbeelding van het dorp Wateringen uit 1646 uit het kaartboek van het Leprooshuis te Delft                 Afbeelding van een windroos uit het kaartboek van het Leprooshuis te Delft
(Bron: Gemeentearchief Delft)                                                                                                                                 (Bron: Gemeentearchief Delft)
 

Ontsluiting via GIS

Geografische Informatiesystemen (GIS) worden in toenemende mate ingezet bij onderzoeken binnen diverse historische disciplines. Vooral in het buitenland is er nu veel aandacht voor de ontwikkeling van GIS dat bij historisch onderzoek kan worden ingezet. In Groot-BrittaniŽ is er het UK Borders Project, waarbij voor diverse tijdstippen grenscorrecties op parochieniveau kunnen worden gemaakt. In Duitsland is er een project waarmee met behulp van een GIS het grondbezit en -gebruik van institutionele instellingen wordt gereconstrueerd. Ook in Nederland komen dergelijke projecten langzaam op gang. De DIVA is bezig met een project waarbij de oudste kadasterkaarten gescand en gedigitaliseerd worden. Hierna is het mogelijk om diverse analyses ermee uit te voeren. In Friesland, de Fryske Akademy, is men ook al enige tijd bezig met met een Historisch Informatiesysteem. Dit is echter gebaseerd op tekstuele prekadastrale gegevens en niet op kartografische. Het onderzoek naar het gebruik van GIS bij historisch onderzoek staat dus zowel nationaal als internationaal in de belangstelling.

Het GIS dat ontwikkeld zal worden voor toepassingen bij kaartboeken zal als basis de kadastrale minuutplans uit 1832 hebben. Het kadaster is de eerste sytematische grootschalige en landsdekkende inventarisatie van bovengenoemde gegevens. Via de topografische kaart heeft het kadaster een link met het huidige topografische kaartmateriaal. Doordat het een grootschalige weerslag vormt van de grondgebruiks- en eigendomssituatie in Nederland vůůr de industrialisatie vormt het bij uitstek een goede ondergrond om prekadastrale gegevens op te lokaliseren. Door dit kadastrale uitgangspunt (de kadastrale minuutplans) te gebruiken zal het mogelijk zijn de prekadastrale kaarten te ontsluiten en te beschrijven.

De benodigde zoekfuncties zullen vooral verband houden met de in het HIS benodigde localisatie-aspecten. Perceelskaarten, die prekadastrale kaarten vaak zijn, zijn moeilijk te localiseren op moderne kaarten door afwijkende oriŽntatie en schaalverschillen. Doordat de perceelsvormen op de kadastrale minuutplans het dichtste bij die van de perceelskaarten zullen komen, zullen deze worden gebruikt als uitgangspunt voor de affiene transformaties benodigd voor de localisatie. Via de band tussen de minuutplans en de huidige kadastrale kaarten wordt het vervolgens mogelijk coŲrdinaten toe te voegen. Op basis van deze inpassing in ons huidige geografische referentiekader en de perceelskaarten is het maken van een temporeel landschapsmodel mogelijk. Dat model zal vooralsnog slechts zeer gedeeltelijk in ruimte en tijd zijn opgevuld, maar het biedt de mogelijkheid op basis van andere bronnen (waterschapskaarten, 18e eeuwse militaire karteringen) te worden aangevuld. Door de temporele functionaliteit biedt het HIS de mogelijkheid veranderingen in eigendomsverhoudingen, grondgebruik en perceelsvorm in de tijd te volgen. M.b.t. de bronnen zal het HIS meta-informatie over de verschillende opgenomen kaarten bieden (landmeter / kartograaf, gebezigde technieken, toponymie). De betreffende database is reeds gerealiseerd.

Recente ondezoeksprojecten

Bovengenoemde onderzoeksaspecten, met uitzondering van de gebruikstoepassingen, worden belicht in een onderzoek uitgevoerd in opdracht van het gemeentearchief Delft. Voor meer informatie over dit project kunt u op de speciale Delft-pagina terecht.

 

Mede aangespoord door het kaartboeken-onderzoek wordt in Zeeland een inventariserend onderzoek gestart naar de typisch Zeeuwse bedrijfskaartboekjes. Hier vindt u meer informatie over dit project.