Studiedag 'Het kaartboek geopend'

Historische kartografie en historische geografie hebben ontegenzeggelijk met elkaar te maken. Op diverse terreinen komt er dan ook samenwerking tussen de twee vakgebieden op gang. De studiedag van de NVK-werkgroep voor de Geschiedenis van de Kartografie, ‘Het kaartboek geopend’, is één van de resultaten van deze samenwerking. De gastheer tijdens deze dag, dinsdag 3 april 2001, was het Hoogheemraadschap Delfland te Delft.
Kaartboeken staan de laatste tijd in de belangstelling door het onderzoek dat aan de Universiteit Utrecht naar deze historische bron wordt uitgevoerd.

De dag begint met een welkomswoord door prof. dr. G. Schilder, de voorzitter van de werkgroep. Vervolgens gaat dagvoorzitter prof. drs. J.A.J. Vervloet  tijdens zijn inleiding in op een studiedag die hij in zijn studententijd had georganiseerd en waarbij verrassende inzichten naar voren zijn gekomen. Hij spreekt de hoop uit dat dit ook nu het geval zal zijn.
De eerste spreker is Martijn Storms. Hij is één van de studenten aan de Universiteit Utrecht die zich met het kaartboekenonderzoek bezighoudt. Hij begint met een definiëring van de begrippen ‘kaartboek’ en ‘prekadastrale bron’. Vervolgens gaat hij in op één van de onderdelen van het onderzoek, te weten een inventarisatie naar kaartboeken in Nederland.
Vervolgens komt Elger Heere aan het woord. Ook hij is als student betrokken bij het onderzoek naar kaartboeken. In zijn lezing wordt een database gepresenteerd waarin de kaartboeken beschreven kunnen worden. De database is opgezet in het programma Access, dat standaard in MS Office zit. Zowel het kaartboek als geheel, als de afzonderlijke kaarten in het kaartboek worden beschreven in de database. Heere en Storms zijn tevens de organisatoren van deze studiedag.
De derde spreker is dr. J. Renes, docent Historische Geografie aan de Universiteit Utrecht. In zijn lezing staat het belang van manuscriptkaarten voor historisch-geografisch onderzoek centraal. Hij gaat wat dieper in op de bronnenkritiek. Aan de hand van enkele voorbeelden uit kaartboeken toont hij aan dat het gebruik van deze bronnen kan leiden tot oplossingen bij historisch-geografisch onderzoek.
Een onderwerp van geheel andere orde wordt aangesneden door de heren O. Zaman en J. van Velzen. O. Zaman is werkzaam bij het bedrijf Pictura Imaginis. Dit bedrijf verzorgt de ontsluiting van archiefstukken in Noord-Holland via internet. De resultaten hiervan zijn te vinden op www.beeldbank-nh.nl.Hij legt uit hoe het scannen van de archiefstukken in zijn werk gaat en hoe de scans vervolgens beheerd worden. J. van Velzen is mederwerker bij Tensing-SKS. Dit bedrijf houdt zich bezig met het koppelen van coördinaten aan de gescande oude kaarten, waardoor koppeling met moderne kaarten mogelijk wordt. De heer Van Velzen toont een voorbeeld waarbij een plattegrond van Hoorn, van Blaeu, wordt ingepast in een moderne kaart.
De heer H.C. Pouls gaat  in op het begrip ‘landmeter’. Vervolgens geeft hij een overzicht van de ontwikkelingen binnen de landmeetkunde. Hij legt daarbij de nadruk op de beperkingen die de manuscriptkaarten hebben wat betreft de nauwkeurigheid. Hij wijst de historisch onderzoekers erop dat hier rekening mee moet worden gehouden.

De uitgebreide lunch wordt genoten in de Albrechthal, de oude ontvangstkamer van de hoogheemraden. Aan de wanden van deze prachtige stijlkamer hangen oude kaarten van aangrenzende hoogheemraadschappen. Zowel de lunch als de kaarten waren aan het ruim opgekomen publiek goed besteed.

Na de lunch komt drs. A.P. de Klerk aan het woord. Hij is als consulent regionale geschiedbeoefening verbonden aan het Zeeuws Archief. Hij schijnt een licht op de verschillende soorten kaartboeken die betrekking hebben op Zeeland. Hij onderscheidt tiendkaartboeken, bedrijfskaartboeken en kaartboeken als onderdeel van zogenaamde overlopers. Aan de hand van voorbeelden verduidelijkt hij de verschillende typen. De Klerk legt vervolgens de nadruk op het belang die deze bronnen spelen bij het behoud van het cultuurlandschap. Er is de laatste tijd weliswaar meer aandacht voor het behoud van cultuurlandschappen, toch worden ze nog steeds bedreigd.
De laatste lezing wordt verzorgd door G.J. Klapwijk, de archivaris van het Hoogheemraadschap van Delfland. Als gastheer vertelt hij een en ander over de taken van het hoogheemraadschap en de ontwikkeling van deze instelling in de loop der eeuwen. Aan de hand van manuscriptkaarten uit het archief worden de diverse functies van het hoogheemraadschap belicht.

Het gedeelte met lezingen wordt afgesloten met een forum, waarbij discussie ontstaat over de thema’s die in de lezingen de revue zijn gepasseerd. Zowel de voorzitter als mensen uit het publiek kwamen met kritische vragen en opmerkingen. Eén van de belangrijkste discussiepunten betreft de definiëring van het begrip ‘kaartboek’. Welke bronnen deelt men in bij kaartboeken en worden nog meegenomen in het onderzoek? Een definitieve formulering en afbakening is nog uitgebleven.

Nadat de voorzitter het forum afgesloten heeft, waarmee een einde kwam aan het officiële programma, reikt prof. dr. Schilder de Caert-Thresoor prijs 2000 uit. De gelukkige winnaar is de heer R.H. van Gent. Hij krijgt de prijs voor zijn onderzoek naar de hemelatlas van Andreas Cellarius. Het resultaat van dit onderzoek is gepubliceerd in het eerste nummer van Caert-Thresoor, jaargang 19.

Na afloop is er gelegenheid om een speciale tentoonstelling te bezoeken in het naastgelegen gemeentearchief van Delft, georganiseerd dor de heer Schillemans, beheerder van de topografisch-historische atlas. Hier zijn de acht kaartboeken die het gemeentearchief bezit te bewonderen.

De dag wordt afgesloten met een borrrel, wederom in de Albrechthal. Daar werd het draaiboek van de dag gesloten. Echter, het kaartboek zal voorlopig geopend blijven.

De lezingen van deze studiedag zijn gepubliceerd in de NVK-publicatiereeks nr 32. De bundel is 58 pagina’s dik is en kost €6,-. Bestelformulier: http://www.geo-info.nl > Publicatiereeks > Eerder verschenen in de NVK-publicatiereeks > Klik hier voor het bestelformulier.