Inleiding tot het veldwerk

 

GIS-kartografie is gericht op het omgaan met geografische data, dat wil zeggen het verzamelen, verwerken en visualiseren, waarbij de nadruk methodologisch gezien ligt op het communiceren. 

De ruimte waarin wij leven en die wij waarnemen als onze geografische werkelijkheid, wordt gekenmerkt door verscheidenheid en complexiteit. Waar de rol van de toegepaste geograaf vooral gericht is op het ontleden en verklaren van specifieke verschijnselen, is die van de GIS-kartograaf vooral gericht op het scheppen van orde binnen de verscheidenheid en complexiteit van de geografische werkelijkheid. Dit laatste gebeurt door de werkelijkheid te vertalen naar het abstractieniveau van de gebruiker van geografische informatie. Het gebruik van remote sensing beelden, kaarten of luchtfoto’s impliceert een gegeven vertaalslag van de werkelijkheid naar het model. Dat de geograaf werkt met, en denkt in, modellen is vanzelfsprekend. Immers enkel op grond van modellen kan verwerking plaats vinden en kunnen veronderstellingen en plannen worden ontwikkeld. 

De moderne geograaf raakt steeds meer vertrouwd met de mogelijkheden van de moderne techniek waarbij de werkelijkheid in de vorm van een model wordt aangeboden. Via netwerken kan die werkelijkheid vanachter een computer worden binnengehaald. En hoewel de behoefte aan de echte werkelijkheid wordt geconcretiseerd door het gebruik van zogenaamd virtual reality, verandert daarmee niet daadwerkelijk het gezichtsveld van de moderne computergeograaf. 

Geografen confronteren met de werkelijkheid in het veld is noodzakelijk om daarmee aspecten als actualiteit, nauwkeurigheid, abstractie, classificatie en generalisatie te kunnen doorgronden. Het is juist dáár in het veld waar de academisch geograaf kennis vergaart waarmee hij zich kan onderscheiden van anderen. Ten onrechte wordt vaak gedacht, dat veldwerk bedoeld is om allerlei technieken in de praktijk te brengen. Dat is maar ten dele juist. 

Het kijken naar de werkelijkheid en het formuleren van de vertaalslag naar het model opent de ogen voor de werkelijke problematiek van het landschap en fysische- of sociale structuren. Het ondersteunt het besef, dat de beschrijving van het model van de werkelijkheid sterk bepaald wordt door de uiteindelijke gebruiker. Het classificeren van de ruimte, dat wil zeggen het benoemen van entiteiten is één van de grootste uitdagingen van de GIS-kartografie-geograaf. 

Het veldwerk van de studenten vond ook dit jaar plaats in de Luberon, een streek in de Provence ten zuiden van de Mont Ventoux. Het gebied voldoet aan de eisen, die gesteld moeten worden als het gaat om het doen van oefeningen voor GIS-kartografen. Het is een gebied: 

- waarmee de student niet al te bekend is voor wat betreft landschap en / of fysisch- of sociaal-geografische structuren. 

- dat een variëteit kent voor wat betreft landschap en dergelijke. 

- dat door haar infrastructuur redelijk toegankelijk is. 

- waarvan recente luchtfoto’s, satellietbeelden en kaarten beschikbaar zijn. 

Dat het in de periode waarin het veldwerk plaatsvindt ook bijna altijd mooi weer is, is natuurlijk een heel aardige bijkomstigheid. De oefeningen zijn zodanig ingericht, dat de variëteit in oefeningen een weerspiegeling is van de diverse mogelijkheden van classificaties gericht op diverse gebruikersgroepen. 

Samengevat gaat het bij de oefeningen om het creëren c. q. updaten van twee databases, één van het IGN (topografisch bestand) en één stadsgeografisch of toeristisch bestand. Dat gebeurt aan de hand van veldwerk en invoer in het terrein en aan de hand van satellietbeelden. De meegebrachte GPS-apparatuur werd gebruikt om de tot stand gebrachte classificatie te controleren.

 

 

Klik hier voor:

- Het programma van het veldwerk.

- Een overzicht van het gebied waar het veldwerk uitgevoerd werd.

 

 

   

  

 

De veldwerksite is ontworpen door Eddie Poppe