Wat is kartografie?


Kartografie: Visualisatie van ruimtelijke gegevens / Ferjam Ormeling & Menno-Jan Kraak. Geheel herziene versie. Delft: Delft Unversity Press 1999.

Achtergrond van de kartografische specialismen

Het kerngebied van de kartografie betreft het overdragen van ruimtelijke informatie door deze te visualiseren met als doel het beïnvloeden van de ruimtelijke voorstellingen van de kaartlezer. Om die overdracht te laten slagen en optimale mogelijkheden voor het gebruik te creëren moet de gebruiker ook het nodige weten over de kwaliteit van de informatie. Om de hiervoor noodzakelijke gegevens aan te leveren moet de kartograaf zich daarom ook in de gegevensverwerving en -bewerking verdiepen. Omdat de integratie van verschillende kartografische of geografische bestanden steeds belangrijker wordt, en mogelijkheden hiertoe - behalve door de standaardisering - ook door de geometrie worden bepaald, vormen ook de geometrische transformaties hierbij een belangrijk aspect.Daarnaast is het de invloed van de verschillende bewerkingen, met name in informatiesystemen, die bepaalt of het resultaat nog aan de doelstellingen beantwoordt.

Dat de samenleving om ruimtelijke informatie vraagt, is niets nieuws en bij het bestuderen van de interactie tussen de samenleving en degenen die in deze ruimtelijke informatiebehoefte voorzien kan daarom worden teruggegaan op een rijke traditie. Die traditie wordt bestudeerd door de Geschiedenis van de kartografie. Aanknopingspunt tussen de kartografie zoals ze nu in Utrecht onderwezen en bestudeerd wordt, en de Utrechtse praktijk van de beoefening van de geschiedenis van de kartografie wordt vooral gevormd door de ruimtelijke informatiepolitiek: de institutionele aspecten van de voorziening van ruimtelijke informatie. Tevens wordt getracht te reconstrueren hoe het kaartmateriaal in het verleden gebruikt is. Hieronder worden de disciplines kartografie en geschiedenis van de kartografie nader omschreven.

1. Geschiedenis van de kartografie

De belangstelling vóór en de betekenis ván de kaart als bron voor historisch onderzoek zijn gedurende de laatste decennia sterk geaccentueerd door de wijze waarop verschillende, vaak zeer uiteenlopende wetenschappelijke disciplines zich met kartografische documenten hebben beziggehouden. Sociaal- en fysisch geografen, planologen, archeologen, historici en kunsthistorici, zij allen gebruiken de kaart als een belangrijke bron bij het onderzoek. Om dit kaartmateriaal op een verantwoorde wijze te gebruiken en analoog aan de criteria van de historische bronnenkritiek te interpreteren, is men evenwel in grote mate afhankelijk van zorgvuldig geselecteerd en geanalyseerd bronnenmateriaal. Het behoort tot de taken van de historische kartografie om onderzoekers dit materiaal te verschaffen. Enerzijds door te wijzen op de grote verscheidenheid van het beschikbare materiaal, en anderzijds door de specifieke waarde van deze documenten voor het contemporaine onderzoek aan te tonen.

2. Kartografie

Het overdragen van ruimtelijke informatie door middel van kaarten om daarmee besluitvorming mogelijk te maken c.q. te beïnvloeden, vereist kennis van de ruimtelijke eigenschappen (de relaties van de objecten tot elkaar en tot het aardoppervlak) van de uitgangsgegevens, van de wijze van opname en bewerking van deze gegevens, van de doelstelling van de informatieoverdracht, van de kaartgebruiksexpertise van de doelgroep en de omstandigheden onder welke de kaarten gebruikt zullen worden. Bij het onderzoek naar het kaartlezen is ook de ruimtelijke kennis, waarover de lezer beschikt, een factor, omdat dit mede het gemak bepaalt waarmee hij of zij de nieuwe kennis in reeds bekende zaken kan integreren.

Aan het hierboven beschrevene verandert op zichzelf weinig bij de overgang op electronische media: de kaart moet nog steeds met de ogen worden waargenomen, al wordt men daarbij sedert kort ook geholpen door de oren en ook al zijn er kartografisch georiënteerde informatie-systemen zoals autonavigatiesystemen of routeplanners die de kaart alleen gebruiken en niet meer tonen. De input ervoor wordt wel nog steeds door kartografen aangeleverd. Traditioneel werkt de kartografie met regels volgens welke de grafische vertaling moet geschieden, gebaseerd op de waarnemingseigenschappen van grafische variabelen. Er moet thans onderzocht worden in welke mate de waarnemingseigenschappen van expressierichtingen, zoals die gelden voor papieren beelden, onverkort gelden voor het beeldscherm; tevens moet worden nagegaan wat de invloed is van de nieuwe mogelijkheden, zoals het accentueren van informatiecategorieën, het naar wens in een bepaalde volgorde op laten bouwen van het kaartbeeld op het scherm, de driedimensionale voorstelling en de animatie.

Zowel op het gebied van de praktijk als op dat van het theoretisch onderzoek in de kartografische communicatie en het kaartgebruik is er steeds meer sprake van een volledige integratie van traditionele en computergesteunde methoden en technieken. Mede hierdoor kon zich in de afgelopen jaren een GIS-cultuur ontwikkelen. Dat kartografie geen synoniem is voor GIS blijkt wel uit de nieuwe wegen die het onderzoek inslaat. Het richt zich thans ook op nieuwe presentatiewijzen, met name die van electronische atlassen, multi-media projecten en animaties.

Om verschillende ruimtelijke bestanden in combinatie met elkaar te kunnen gebruiken moet men eerst de relevante eigenschappen van deze bestanden nagaan. Dat gebeurt aan de hand van de meta-informatie: het verschaffen van gegevens over de aard of kwaliteit van kartografische bestanden, kaarten, luchtfoto's, satellietbeelden om de hierin besloten informatie open te leggen. Voordat deze bestanden überhaupt gecombineerd kunnen worden, is documentatie nodig om het relevante materiaal te traceren, en om aan de hand van de beschrijving van hun eigenschappen na te gaan of ze wel met elkaar mogen en kunnen worden geïntegreerd. Om beslissingen op kaarten te baseren dient men iets af te weten van de kwaliteit van de daarin vervatte informatie. Dat is des te crucialer naar mate het kaartbeeld de resultante is van meer bewerkingen, transformaties en combinaties. De beste manier om die kwaliteitsinformatie over te dragen is, naar in Utrecht ontwikkelde denkbeelden, nu naast een 'inhoudelijke kaart' ook een kaart die de inhoud evalueert - als een soort reliability-diagram - te presenteren als onderdeel van de meta-informatie. Dat helpt gebruikers door ze te waarschuwen bij beslissingen met betrekking tot bepaalde plaatsen of regio's niet teveel op het inhoudelijke beeld te vertrouwen.Tot de meta-informatie hoort daarnaast ook de beschrijving van de eigenschappen van het kaartmateriaal.


Home Cartography Section    Homepage RW Home UU Zoek Laatste keer bijgewerkt op 26 november 1999
door
Peter van der Krogt.