GISKAR

Utrecht Research Program in Modern Cartography and GIS


Available articles on the internet

  1. Development of quality and quantity attributes of newspaper maps in the Netherlands 1988-1996, by C. de Waal and F.J. Ormeling
  2. Developing Electronic Atlases: An Update, by Olev Koop

Uit het Jaarverslag van de Vakgroep Kartografie 1997:

"Generating visual decision support for spatio-temporal data handling" is nog steeds de formule waaronder kartografisch onderzoekers van de drie onderwijsinstellingen die in Nederland ook kartografisch onderzoek uitvoeren, elkaar vonden in het GISKAR programma. Voor deze instellingen (ITC, UU en de sectie Geoinformatie van de Vakgroep Toegepaste en Juridische Geodesie van de TU Delft) is het bouwen van een systeem dat in staat is met beelden van de kwaliteit beslissingen te ondersteunen die bij het bewerken van ruimtelijke of temporele gegevens moeten worden genomen, het einddoel. In figuur 4 is het schema van het gemeenschappelijke project opgenomen.

Figuur 4 - Totaalschema van het GIS-Kartografie onderzoeksproject (volgt z.s.m. op deze pagina)

Ter toelichting van figuur 4 het volgende: Het centrale vraagstuk in de kartografie is, hoe we aan de hand van kaarten relevante beslissingen nemen; we nemen aan dat kaartgebruikers daarvoor stategieën ontwikkelen. Die strategieën kunnen alleen worden toegepast wanneer het noodzakelijke kaartmateriaal ook toegankelijk is voor het publiek. Die toegankelijkheid te realiseren is een onderdeel van het ruimtelijk informatiebeleid. Het kunnen nemen van juiste beslissingen hangt af van de ondersteuning die daarbij wordt verleend; wanneer informatie bijgeleverd kan worden over de aard en de kwaliteit van de te gebruiken bestanden, dan zijn de mogelijkheden voor ondersteuning aanwezig. Omdat de expertise voor een juist gebruik van deze kwaliteitsinformatie niet overal bestaat, ligt het voor de hand deze in te bouwen in een kennissysteem (door haar te formaliseren. Daarop wordt in de vorige alinea gedoeld.

Om gegevenskwaliteit in voldoende mate vast te stellen zodat er systemen ter ondersteuning van de besluitvorming op te baseren zijn, dient men rekening te houden met documentatie, standaar-disatie, integratie en modelleren. Om datasets met elkaar te kunnen combineren moet men ze integreren, dat wil zeggen in eenzelfde ruimtelijke referentiekader onderbrengen. Om een perfecte integratie mogelijk te maken zou men ook te maken moeten hebben met vergelijkbare datamodellen en datastructuren, en zouden er vergelijkbare gemeenschappelijke uitwisselings-formats moeten zijn.
Om, na deze meetkundige en digitale standaardisatie, na te kunnen gaan of het gedigitaliseerde resultaat ook conceptueel gezond is, heeft men informatie nodig over de aard van de datasets, en dat vereist documentatie. Maar integratie, standaardisatie en documentatie zijn nog niet vol-doende. Een ander aspect dat gemeenschappelijk gebruik van bronnen voor verschillende data-sets zou kunnen verhinderen is de uiteenlopende mate van generalisatie en abstractie. Abstrahe-ringsmechanismen horen tot de modelleringstechnieken die als doel hebben om zo adequaat mogelijk relaties tussen ruimtelijke objecten weer te geven, met het oog op een bepaalde doelstelling.
Doelstelling van het onderzoek is het ontwikkelen van concepten/voorwaarden voor integratie van ruimtelijke gegevensbestanden, en van - al dan niet in modules geïmplementeerde - praktijkmethoden die op basis van deze principes een zinvolle integratie van ruimtelijke data mogelijk maken. Om het effect van de integratie te beoordelen is ook visualisatie vooraf van de te verwachten effecten noodzakelijk. Integratie is natuurlijk geen einddoel. Optimale integratie is het gereedschap om tot verantwoorde beslissingen te kunnen komen op basis van gevisualiseerde ruimtelijke informatie. Het gaat om uitwerking van een "decision making support system".

Het derde-geldstroomonderzoek binnen GISKAR heeft zich in 1996 beziggehouden met het uitwerken van nieuwe concepten voor electronische atlassen en animatiekartografie, en met organisatievormen voor de verschaffing van actuele topografische informatie voor alarmdiensten en rampenbestrijding. Daarnaast is het onderzoek naar nieuwe toepassingen van remote sensing- en documentatietechnieken (met nadruk op de kwaliteitsindicatie) voortgezet. Tenslotte werden - in de toegepaste sfeer - legenda's gestandaardiseerd, onderzoekopzetten tbv verbetering van kaarten voor slechtzienden opgesteld en oude kadastrale kaarten gedigitaliseerd. Het derde geldstroom onderzoek is van groot belang voor het onderwijs in de kartografie, zowel voor de basisvorming als voor de mogelijkheden van leeronderzoek in relatie tot de projecten.

De projecten met * hieronder zijn vanuit de derde-geldstroom gefinancierd. De vakgroep prijst zich bijzonder gelukkig dat met name voor het fundamentele onderzoek naar het genereren van meta-informatie tbv besluitvorming op basis van teledetectietechnieken door derden (Beleidscommissie Remote Sensing) gevonden is. Dat stelt de de vakgroep in staat het project CAMOTIUS te voltooien.

De indeling van de Utrechtse onderzoeksprojecten die onder GISKAR vallen volgt die van figuur 4: het begrip Kwaliteit staat centraal; daaromheen vallen Integratie, Documentatie, Modelleren en Standaardisatie. Het kader waarin het onderzoek naar kwaliteit, documentatie, modelleren, standaardisatie en integratie plaats vindt is dat van de Formalisatie, bedoeld om Visual Decision Support te ondersteunen, om zo te komen tot optimale kaartgebruiksstrategieën van publiek toegankelijk ruimtelijk informatiemateriaal.

1. Deelonderzoek Kwaliteit

De onderzoeksprojecten CAMOTIUS (zie paragraaf 3.2.3) en METAGIS (zie hieronder) richten zich op de ontwikkeling van beslissingsondersteunende informatievoorziening, waarbij een visuele interface een belangrijke rol speelt. De presentatie van de kwaliteitsinformatie betreffende de integratie van digitale bestanden dient langs een kartografisch verantwoorde weg te geschieden. Met de beschikbaarheid van moderne visualisatietechnieken (dynamische kaartweergave, multimedia) is het mogelijk om die aspecten die van invloed zijn op de kwaliteit van geografische data, op heldere wijze in kaart te brengen.

RPD-project kennismodules: METAGIS* (dr ir R.M. Hootsmans)

Sinds mei 1991 zijn de vakgroep en de Rijksplanologische Dienst betrokken geweest bij een gezamenlijk AIO-onderzoeksproject op het gebied van kennisgestuurde GIS-operaties. Dit METAGIS-onderzoek is op 22 mei 1996 officieel afgesloten met de promotie van Rob Hootsmans. Het proefschrift, getiteld "Fuzzy Sets and Series Analysis for Visual Decision Support in Spatial Data Exploration" behandelt de afleiding en visualisatie van onzekerheidsinformatie op grond van de Fuzzy Set theorie. Het binnen het onderzoek ontwikkelde demonstratieprogramma illustreert op overtuigende wijze de effectiviteit van deze mathematische benadering. Met name geografische informatie met een inherente vaagheid in de definitie, zoals informatie over bodemtypen, blijkt baat te hebben bij deze methode.

2 Deelonderzoek kwaliteitsondersteunende aspecten

Met het vaststellen van de kwaliteit alleen zijn er nog onvoldoende mogelijkheden tot gebruik van ruimtelijke informatie: om bestanden te kunnen integreren moeten ze op een zelfde ruimte-lijke grondslag worden gebracht, ze moeten op een overeenkomstige wijze zijn gemodelleerd, hun digitale weergave moet op een standaardmethode vorm zijn gegeven en op een standaard-manier zijn gedocumenteerd. Dat leidt tot onderzoek op de gebieden integratie, documentatie, modelleren en standaardisatie.

a. Integratie

Bij geografisch onderzoek wordt, in toenemende mate, gebruik gemaakt van combinaties van kaartmateriaal en satellietgegevens in digitale vorm. Een efficiënte ontsluiting en gebruik van deze bestanden is vaak erg moeilijk, omdat er geen eenduidigheid bestaat over de infrastuctuur van deze verzamelingen, ofwel de wijze waarop de data worden vastgelegd. Dit heeft vervol-gens een negatief effect op de samenvoeging en/of koppeling van verschillende digitale bestan-den. Het GISKAR-onderzoek is vooral ook gericht op het uit de weg ruimen van de barrières voor de integratie en het verhogen van de kwaliteit van het eindproduct.

Geometrische uitwisseling en representatie van digitale bestanden (ir P.G.M. Mekenkamp)

Onderwerp van studie is de geometrische nauwkeurigheid van digitale bestanden in relatie tot de schaal, de aard, de vorm en de structuur van de data. Aandacht wordt gegeven aan de kwalifi-catie van nauwkeurigheid met betrekking tot het uitwisselen/koppelen van bestanden, waarbij conversies (transformaties en projecties) een rol spelen. Hierbij wordt tevens onderzocht in hoeverre de geometrie van een bestand kan worden vastgelegd door een beperkt aantal para-meters en naar een op deze parameters gebaseerd geometrisch uitwisselingsformaat, dat kan dienen als intermediair tussen verschillende samen te voegen bestanden.

Project Kadastrale Minuutplans, provincie Utrecht (ir P.G.M. Mekenkamp)

In opdracht van de Werkgroep kadastrale atlas provincie Utrecht werd in het najaar van 1996 gewerkt aan 28 moderne "replica's" van evenzoveel kadastrale minuutplans uit 1832 van de gemeente Zeist (zie figuur 5). Het eerste exemplaar van de publikatie werd aangeboden in het bijzijn van de Commissaris van de Koningin en de Burgemeester van Zeist in het Gemeentehuis van Zeist op 15 november 1996. De resultaten van dit project kregen - evenals het geval was bij het project van de gemeente Renswoude in 1995, een zeer hoge waardering. Ook in de komen-de jaren zal het projekt een vervolg krijgen met andere gemeenten uit de provincie Utrecht.

b. Standaardisatie

Project Kaarten Alarmdiensten en Rampenbestrijding (BIAR)* (drs R.O. Koop)

In 1993 werd het initiatief genomen om de alarmdiensten in Nederland te interesseren in het pro- duct digitale kaart en de problematiek van de informatievoorziening daar omheen. Om dit te concre-tiseren werd voorgesteld om het Bureau Informatievoorziening Alarmdiensten en Rampenbestrij-ding (BIAR) op te richten. Een dergelijk bureau zou behalve een aanwinst voor de hulpverlening in Nederland ook een bron van wetenschappelijke gegevens zijn ten aanzien van het gebruik van digi-tale basiskaarten in zeer tijdkritische operationele GIS-Kartografie omgevingen. Op grond van de inspanningen heeft het Ministerie van Binnenlandse Zaken samen met de IT Organisatie (Korps Landelijke Politiediensten) een project geformuleerd dat in de loop van 1994 is voltooid. Het project behelsde een inventariserende studie naar het gebruik van analoog en digitaal kaartmateriaal bij politie, brandweer en ambulance. Door dit onderzoek heeft KAR voldoende momentum verzameld om de interesse te wekken bij de hogere echelons van het Ministerie van Binnenlandse zaken. Als vervolg op dit project is in 1995 gestart met een inventarisatie van de leveranciers van digitaal kartografisch materiaal. Medio 1996 is dit project, KAR-2 voltooid en gepubliceerd binnen het alarmdienstenveld. In 1997 zal mogelijk een vervolg plaatsvinden, KAR-3, waarin de gebruikersbehoeften zullen worden gepeild.

Project DXF to Illustrator* (drs B.J. Köbben en drs R.O. Koop)

Dit project, uitgevoerd in samenwerking met het ITC te Enschede, behelst de ontwikkeling van het commerciële softwarepakket DXF to Illustrator. DXF to Illustrator zet gegevens afkomstig uit GIS en CAD software om in een voor DTP geschikte vorm. Besloten is om het pakket sterk in prijs te verlagen en het via het INTERNET (als beperkte demo) te gaan distribueren. Deze aanpak blijkt succesvol te zijn en heeft de verkoop gestimuleerd. Tegen de verwachting in blijkt na 6 jaar dat er nog steeds een markt is voor deze software.

3 Formalisatie

Met het formaliseren van het kwaliteitsaspect wordt primair bedoeld het in kennissystemen onderbrengen van de expertise nodig om kwaliteitsgegevens te genereren en ten behoeve van de besluitvorming digitaal op te roepen.

BCRS-project CAMOTIUS* (drs F.J.M. van der Wel)

Het CAMOTIUS-project beoogt de ontwikkeling van een kennisgestuurd classificatie- en monitoringprogramma ten behoeve van de besluitvorming op basis van remote sensing data en andere geografische data. Belangrijk daarbij is het omgaan met onzekerheid als attribuut van geografische data. Op basis van een probabilistische benadering is een aantal methoden uitgewerkt aan de hand waarvan deze onzekerheid kan worden vastgesteld.
Daarnaast is de overdracht van de afgeleide onzekerheidsinformatie aan de potentiële gebruiker een aandachtspunt geweest. Kartografische visualisatietechnieken, zowel statisch als dynamisch, zijn geëvalueerd en zonodig aangepast om tot een zo effectief mogelijke communicatie te komen.

Eind juni 1996 is de Eindfase van het CAMOTIUS-project afgesloten, maar de officiële afronding zal in 1997 plaatsvinden met de oplevering van het CAMOTIUS Demonstratie Programma en de publicatie van het eindrapport.

De projectgroep - bestaande uit de Vakgroep Kartografie, het ITC, Eurosense b.v. en de Rijksplanologische Dienst - is ook in de laatste fase van het onderzoeksproject ongewijzigd gebleven. De informele samenwerking met enkele informatici van de Universiteit Utrecht is gecontinueerd en zelfs geïntensiveerd.

4 Visual decision support

Met visual decision support (VDS) wordt de ontwikkeling van systemen bedoeld waarmee de gebruiker van ruimtelijke informatie in staat gesteld wordt deze ten behoeve van de besluitvorming te analyseren. Hier spelen niet alleen de kwaliteitsaspecten bij. Een belangrijk

a. Atlas-Informatie Systemen (prof.dr F.J. Ormeling, drs R.O. Koop en drs B.J. Köbben)

Geprobeerd is om het in Barcelona geïntroduceerde EUMEA initiatief verder vorm te geven. De conclusie is getrokken dat een universiteit hiertoe niet in staat is. Een dergelijk intiatief zal uit een internationaal gremium moeten voorkomen, gesteund door de directies van een aantal grote nationale instellingen uit diverse landen. Het onderzoek naar atlas-informatiesystemen zal op een bescheidener schaal worden voortgezet.

b. Ontwikkeling van electronic publishing technieken ten behoeve van de presentatie van kartografische informatie (drs R.O. Koop, drs. B.J. Köbben)

Door de opkomst van zogenaamde multi-media technologie is het mogelijk geworden het beeld-scherm als direct medium voor kartografische informatieoverdracht te gaan toepassen. De gevolgen die dit heeft voor redactie en productie van dit digitale materiaal zijn onderwerp van dit onderzoek. Doel van dit onderzoek is te komen tot een breed raamwerk waarin bestaande technische ontwikke-lingen kunnen worden ingepast binnen de context van met name de (electronische) atlaskartografie, maar ook andere velden van de GIS-Kartografie (zie volgende project). In die zin bestaat er een relatie met het hiervoor genoemde project. De opkomst van het INTERNET zal een revolutie teweeg gaan brengen in het publiceren van kartografisch materiaal. De vakgroep draagt hier een steentje aan bij door het onderhouden van een INTERNET-server voor zowel de vakgroep zelf als voor de Nederlandse Vereniging voor Kartografie. De NVK-site heeft echter nog wat te kampen met onbekendheid bij de leden. Het komende jaar zal worden gewerkt aan verbetering van deze situatie. Tevens zal het bestaan van de server een impuls bieden aan studenten om het INTERNET voor hun leeronderzoek te gebruiken.

c. Project Atlas van Nederland op Internet (prof.dr. F.J. Ormeling en drs E. Gomberts)

Dit project betreft het uitwerken van de mogelijkheid om als distributiemogelijkheid voor de Atlas van Nederland te kiezen voor het Internet, en op deze manier de bottleneck van het ontbre-ken van fondsen voor de uitgave te omzeilen. Voor dit project is vanaf 16-9-1996 drs E. Gomberts werkzaam (tot 1-8-1997) bij de vakgroep om een internet-site te ontwikkelen voor de Atlas van Nederland. Hij is hiertoe in staat gesteld door het Arbeidsbureau in Den Bosch.

Naast de technische uitwerking van het aanbieden van atlaskaarten op internet (onder leiding van drs R.O. Koop en drs B.J. Köbben) houdt hij zich bezig met de redactionele aspecten en de contacten met eventuele leveranciers van gegevens: aangezien een deel van de kaarten uit de Tweede editie van de Atlas van Nederland verouderd is, zal gepoogd worden via links met gegevensleveranciers aan up-to-date kaartmateriaal te komen.

d. Project verbetering leesbaarheid kaarten voor slechtzienden (prof.dr. F.J. Ormeling)

In opdracht van de onderwijsinstelling van de Vereniging Bartimeus in Zeist is een onderzoeksopzet uitgewerkt voor het optimaliseren van de leesbaarheid van kaarten voor slechtzienden, vanaf monitors. Omdat de Vereniging Bartimeus in de gelegenheid was gesteld programmatuur voor de productie van een atlas voor slechtzienden te gebruiken, was dergelijk onderzoek nodig om de optimale vormgeving van de bestanden vast te stellen. Hiertoe is een gefaseerde onderzoekopzet in rapportvorm uitgebracht.


Home Cartography Section    Homepage RW Home UU Zoek Laatste keer bijgewerkt op 25 november 1999
door
Peter van der Krogt.