Universiteit Utrecht   

Samenvatting van de scriptie

Kartografische ondersteuning van gezondheidsonderzoek in Nederland

Robert Everts

26 januari 2001
terug naar scripties

In de inleiding is een voorbeeld gegeven van zinvol kaartgebruik ten behoeve van gezondheidsonderzoek. Dit voorbeeld is anderhalve eeuw oud. Naar aanleiding hiervan is in deze scriptie de vraag gesteld of er ten behoeve van gezondheidsonderzoek tegenwoordig ook nog gebruik van kaarten wordt gemaakt, op welke manier dat zou kunnen, en of er in Nederland van deze cartografische mogelijkheden optimaal gebruik wordt gemaakt. Dit resulteerde in de volgende probleemstelling: Welke zinvolle cartografische mogelijkheden ter ondersteuning van gezondheidsonderzoek zijn er in Nederland nog onbenut, en op welke wijze kunnen deze alsnog worden gerealiseerd?

Voordat op deze vragen antwoord gegeven werd, is de scriptie ingeleid met een hoofdstuk waarin het raakvlak tussen de cartografie en het gezondheidsonderzoek werd verkend.

Hierin hebben we gezien dat er onderscheid kan worden gemaakt tussen het kaartgebruik voor onderzoek naar ziekten, en het kaartgebruik ten behoeve van de gezondheidszorg. Voor beide doelen lijken kaarten van nut te kunnen zijn, maar het kaartgebruik ten behoeve van het tweede doel, de gezondheidszorg, blijft in deze scriptie buiten beschouwing. Er is hier enkel gekozen voor het kaartgebruik voor onderzoek naar ziekten.

Tevens is in dit hoofdstuk onderzocht of de cartografie ten behoeve van gezondheidsonderzoek ook heden ten dage belangstelling geniet en of zij up-to-date is. Daarvoor zijn impressies gegeven van de produktie van gezondheidsatlassen, en van de produktie van kaarten op medisch cartografische internetsites. Hieruit is gebleken dat er, na de welbekende kaart van John Snow uit 1854, de medische cartografie tegenwoordig een onderwerp is waar professioneel aan gewerkt wordt, en waar in niet geringe mate tijd en geld voor aangewend wordt.

Na deze verkenning is met het daadwerkelijk onderzoek, volgend uit de bovengenoemde probleemstelling, aangevangen. Om deze probleemstelling werkbaarder te maken, is zij in een drietal deelvragen opgesplitst. Op deze vragen wordt hieronder beknopt antwoord gegeven.

1) Op welke manier kunnen kaarten reële ondersteuning geven aan gezondheidsonderzoek?

Alvorens antwoord te geven op de vraag welke cartografische mogelijkheden ook werkelijk reëel zijn, is eerst een inventarisatie gemaakt van alle cartografische mogelijkheden (H2).

Dit geeft echter een onrealistisch beeld van de werkelijkheid, omdat er veel beperkingen zijn die de bruikbaarheid van kaarten voor gezondheidsonderzoek ernstig belemmeren. Na een inventarisatie van de beperkingen (H3), zijn de mogelijkheden opnieuw tegen het licht gehouden. Geprobeerd is om een zo genuanceerd en reëel mogelijk beeld verkrijgen van het daadwerkelijke nut van elke cartografische mogelijkheid (H4). Hierbij is in de eerste plaats gebruik gemaakt van een enquête onder onderzoekers bij de GGD'en, een onder een drietal ervaringsdeskundigen elders. Daarnaast zijn er enkele interviews gehouden, en is er gebruik gemaakt van literatuur.

Om tot een genuanceerd oordeel te komen was het noodzakelijk om splitsingen binnen een vijftal mogelijkheden aan te brengen. Het al dan niet zinvol zijn kan namelijk afhangen van de beoogde doelen of van de aard van de data.

Er is gebleken dat een aantal mogelijkheden meer zinvol en haalbaar zijn dan andere. Welke dat zijn, wordt hieronder in volgorde van zin en haalbaarheid weergegeven. Nummer 1 scoort het best, nummer 12 het slechts. (De waardeverschillen tussen de mogelijkheden 2, 3 en 4 zijn nihil.)

U kunt zien dat tussen de mogelijkheden 7 en 8 is een grens getrokken. De mogelijkheden boven de grens worden als 'de moeite waard' bevonden, de mogelijkheden daaronder niet.

Deze grens is getrokken op grond van de uitkomst van de enquête en op de verkregen kennis uit de literatuur en interviews. Op deze wijze is gepoogd om het oordeel zo objectief mogelijk te verkrijgen. Desalniettemin is het denkbaar dat een derde de grens elders zou leggen.

Het meest zinvol en haalbaar zijn:

1) communiceren

2) kartering van de ruimtelijke verschillen in morbiditeit en mortaliteit (voor het bewaken van de gezondheidssituatie)

3) kartering van risicofactoren in de fysieke leefomgeving

4) kartering van risicofactoren in leefstijl en in de sociale leefomgeving

5) exploreren van data

6) monitoren voor een gericht onderzoek

7) zoeken naar verbanden tussen de spreiding van ziekte en de fysieke leefomgeving

......................................................................................................................................................

8) kartering van de ruimtelijke verschillen in morbiditeit en mortaliteit (als hulp bij epidemiologisch onderzoek)

9) zoeken naar verbanden tussen de spreiding van ziekte en leefstijl/sociale leefomgeving

10) kartering van clusters van besmettelijke ziekten

11) kartering van clusters van niet-besmettelijke ziekten

12) permanent monitoren

Met de meest zinvolle mogelijkheden in de hand is het onderzoek vervolgd.

Er bestaat een kans dat niet alle geïnventariseerde mogelijkheden in Nederland optimaal benut worden. De volgende vraag, die in hoofdstuk 5 gesteld werd, luidt:

2) Welke mogelijkheden van cartografische ondersteuning van gezondheidsonderzoek zijn er in Nederland nog niet benut?

Deze vraag werd op een tweetal wijzen benaderd:

1) Worden alle van de in hoofdstuk 2 geïnventariseerde mogelijkheden toegepast?

2) Worden ze door alle potentiële gebruikers in het gezondheidsonderzoek toegepast?

Er is gebleken dat alle mogelijkheden zowel op klein- als grootschalig nivo wel een keer benut zijn. In die zin zijn er in Nederland geen onbenutte mogelijkheden. Maar er is tevens gebleken dat de mogelijkheden van cartografische ondersteuning niet worden toegepast door alle potentiële gebruikers in het gezondheidsonderzoek. Onder de onderzoekers bij GGD'en, en die bij een aantal afdelingen Sociale Geneeskunde en Milieugezondheidskunde van diverse universiteiten bevindt zich minimaal een twintigtal potentiële gebruikers. Bij hun blijkt er een behoefte aan de cartografische ondersteuning te bestaan, maar als gevolg van diverse belemmeringen blijkt een daadwerkelijke uitvoering niet eenvoudig te realiseren.

Het braak terrein voor cartografische ondersteuning in Nederland zal dus gezocht moeten worden in het brengen van kennis en vaardigheden bij de potentiële gebruikers ten einde hun te helpen de cartografische activiteiten zo goed mogelijk ten uitvoer te brengen.

Met de zinvolle en onbenutte mogelijkheden in de hand werd tenslotte de volgende vraag beantwoord:

3) Op welke wijze kunnen de niet benutte mogelijkheden alsnog gerealiseerd worden?

Dit werd in het laatste hoofdstuk (H 6) onderzocht en, waar mogelijk, uitgevoerd.

Er is hierbij onderscheid gemaakt tussen directe en indirecte assistentie. Directe assistentie is gegeven aan één enkel instituut, te weten: het Instituut Sociale Geneeskunde van het AMC. Daar bestond de behoefte om de populatie in het basiszorggebied meer te karakteriseren. Men wilde dit mede doen door kenmerken van deze populatie letterlijk in kaart te brengen. Daarnaast zouden deze kaarten ondermeer kunnen dienen als hulp bij presentaties en bij het selecteren van onderzoeksgebieden. Het bleek door een tekort aan beschikbare tijd en know-how niet mogelijk om dit ook daadwerkelijk te realiseren. Cartografische hulp bracht uitkomst. Dit bestond uit het produceren van de gewenste kaarten, en uit het creëren van de mogelijkheid om de kaarten door de medewerkers van het instituut zelf bij te kunnen laten houden, en om eventueel zelf nieuwe thema's in kaart te kunnen laten brengen.

Het aantal potentiële gebruikers dat dergelijke directe hulp zou kunnen ontvangen is groter dan enkel dit instituut, maar het was voor de structuur van de scriptie niet nodig, en om praktische redenen niet haalbaar, om hen allen praktisch bij te staan. Daar waar dat geen directe hulp gegeven is, is per brief verwezen naar het bestaan van deze scriptie. Een tiental exemplaren is hiervoor ter beschikking gesteld. Wellicht kan de scriptie hen direct of indirect verder helpen. De GGD'en werden nog wel bijgestaan, zij het op zeer bescheiden wijze. Gezien de reeds verkregen informatie uit de enquête was het mogelijk om hen ook nog enkele suggesties aan te reiken.

 

Robert Everts

26 januari 2001


Home Cartography Section    Homepage RW Home UU Zoek Laatste keer gewijzigd:
door
Peter van der Krogt.